Aan de Tweede Kamer: gelijkwaardige waardering voor werknemers met een "arbeidsbeperking".

Geachte leden van de Tweede Kamer Staten Generaal,
 
Staatssecretaris van Sociale Zaken, mevrouw van Ark, heeft een wetsvoorstel ingediend waarbij werknemers met een arbeidsbeperking van hun werkgever niet meer minimaal het minimumloon hoeven te ontvangen.  Bedrijven krijgen nu via de gemeenten loonkostensubsidie zodat deze werknemers in elk geval het minimumloon verdienen. 
Werknemers met een arbeidsbeperking zouden dan bij hun gemeente om een aanvulling kunnen vragen om tot het wettelijk minimumloon te worden aangevuld.
 
Graag zien wij, ondertekenaars, dat u dit wetsvoorstel verwerpt. Ons inziens gaat dit voorstel in tegen de grondwet, tegen de rechten van de mens en "VN-verdrag Handicap": voor inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie.  
 
De financiële waardering van werk wordt namelijk niet voor álle medewerkers met gelijke maatstaf beoordeeld. Arbeidsbeperkten zouden volgens het wetsvoorstel "naar prestatie beloond worden". Met welke onafhankelijke maatstaf wordt mate van productie en kwaliteit van werk beoordeeld? Het verschilt immers per arbeidssector en functie hoe kwaliteit gemeten moet worden. Productie in een fabriek is anders dan productie in een administratieve baan of in de kinderopvang. En verder, worden arbeiders zónder arbeidsbeperkingen met dezelfde maatstaf gemeten? Een medewerker zonder arbeidsbeperking, maar met regelmatig een slechte dag, verslapen, verzuim, en of een frequentere gang naar de koffie-automaat, produceert immers minder in eenzelfde tijdsbestek dan een hard werkende arbeidsbeperkte die doorwerkt. Deze laatste persoon werkt waarschijnlijk alleen korter op een dag en is aan het einde van deze werkdag vermoeider. Voor de tijd dát deze werknemer werkt, moet hij dan ook minimaal gelijk betaald worden. 
 
De gelijkwaardigheid ontbreekt ook in het volgende: arbeidsbeperkten moeten zelf verantwoordelijkheid dragen aangevuld te worden tot een minimum dat wéttelijk reeds is vastgesteld. De allerzwaksten op de arbeidsmarkt en in de samenleving, mensen met een langdurige ziekte of handicap, beoordeeld als "arbeidsbeperkten", zou u daarvoor niet juist regelingen moeten bedenken die de ontlasting van deze mensen, de zorg aan deze mensen, vergroot? Ja.
Ook wordt de kans op minder (financiële) draagkracht in deze doelgroep vergroot. Zoals Cedris-voorzitter Job Cohen stelt "Hij blijft zijn hele loopbaan gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Bovendien wordt de uitvoering verlegd van de werkgever naar de kwetsbare werknemer, met een groot risico op schulden." Het probleem van zorgstapeling vraagt om ingrijpende oplossingen en goed onderzoek en afweging in álle keuzes die wet- en regelgeving betreffen. 
 
Meer zekerheden als Pensioen, AOW worden afgenomen van mensen met een arbeidsbeperking. Hebben deze werknemers niet net als werknemers zonder arbeidsbeperking recht hierop? Ja.
 
Daarbij wordt er al bovenmate meer druk uitgeoefend op mensen met een arbeidsbeperking door eerdere kabinetsbesluiten.
Ten eerste, het verlagen van de Wajong-uitkering voor mensen met "arbeidsvermogen". 
Ondanks dat de tegenprestatie van het creëren van meer werkgelegenheid bij met name de overheid niet behaald was.
Ten tweede, het invoeren van de Participatiewet, voor mensen met een Wajong-uitkering "nieuwe regeling". Mensen worden met dreiging van verlies van uitkering gedwongen banen te accepteren, proefperiodes zonder betaling en zekerheid aan te gaan. In deze proefperiodes komt het regelmatig voor dat medewerkers opvang voor hun kind moeten regelen zonder de mogelijkheid hiervoor Toeslag aan te vragen. De procedure van het aanvragen van kinderopvangbijdrage bij de Gemeente van de werknemers is dermate onduidelijk en tijd- en energierovend en met willekeur van de beoordelaar, dat dit niet direct als wenselijke oplossing kan worden gezien, zeker voor deze groep mensen. In de ene gemeente is deze aanvraag vallend onder bijzondere bijstand en inkomens afhankelijk en gedeeltelijk vergoed. Kortom: de medewerker die best wil werken, wordt naast een nieuwe baan zonder vergoeding, opgezadeld met extra tijd- en energierovend werk dat in sommige gevallen naast tijd ook geld kost. Hetzelfde geldt bij gemaakte reiskosten die niet altijd vergoed worden door de werkgever.
 
Tot slot, waardigheid, waardering om de talenten die iemand heeft en geen nadruk op dát wat diegene níet (goed) kan en niet heeft. Heeft ieder mens, iedere werknemer, niet recht op een dergelijke bejegening? Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen beter presteren door beloning van dat wat goed gaat. Een gelijkwaardige bejegening van ieder mens is ook op de arbeidsmarkt een must. Het wetsvoorstel van staatssecretaris Van Ark staat hier haaks op, de zorgplicht waarmee u belast bent. Of positiever gesteld: de kans die u als Tweede Kamer leden heeft gekregen om zorg te dragen en een eerlijke samenleving te creëren. Als er dan niet voldoende banen zijn (ander probleem), laat dan in elk geval de waardering redelijk en gelijkwaardig geregeld zijn.
 
Hopend op uw begrip, verantwoordelijkheidsgevoel en daadkracht.
 
Met vriendelijke groeten,
Nynke van Schuylenburg-Ombelet

 

 


Nynke van Schuylenburg-Ombelet (Participatierecht)    Neem contact op met de schrijver van het verzoekschrift

Facebook