Eis het ontslag van Jozias van Aartsen


Gast

/ #8675

2015-01-22 16:18

Ouders van jihadisten zijn onze grootste bondgenoten

21 januari 2015 | 12:00


We zijn er stiekem aan gewend geraakt om allochtone ouders met wantrouwen tegemoet te treden. Al twee decennia lang zijn wij ervan overtuigd dat het wangedrag van hun zonen aan hun gebrekkige opvoeding ligt. Een vermeende gesloten gemeenschap, de cultuur, de religie en de gebrekkige integratie zorgden ervoor dat ze geen hulp zochten en/of accepteerden. Daartegenover stond een moedeloze samenleving die deze ouders op verschillende manieren in beweging trachtte te brengen. Een kat en muis spel dat vooral rondom incidenten en verkiezingstijd zorgde voor verhitte discussies en moraalridderij. 

Tot nu. Er doet zich nu een trendbreuk voor, die wij gek genoeg te danken hebben aan de zogenoemde Syriëgangers. Het verhaal van de Amsterdamse vader Farid (Volkskrant, 20 januari 2015) die zijn zoon verloor aan de onkunde van het Nederlands hulpverleningsapparaat en de daaropvolgende jihadstrijd, illustreert dit op indringende en pijnlijke wijze.

Deze vader sprak zich uit en zocht hulp. Precies zoals wij als samenleving dit graag zien. Echter, de juiste hulp bleef uit. Best vreemd eigenlijk. Vooral als je je realiseert welke boodschap hiervan uit gaat: jarenlang zoekt de hulpverlening naar manieren om deze ouders te bereiken, en als ze zelf de hulp opzoeken, geeft de hulpverlening niet of onvoldoende thuis. Dat is op z’n minst gezegd, cynisch. En doet wat met het vertrouwen van ouders, en wellicht iets met de overschatting van het hulpverleningsapparaat zelf. En of dat nu de maatschappelijk werker, de huisarts of de politie is, het is mensenwerk en de praktijk van het mensenwerk is grillig. Het is ook niet makkelijk om radicaliserende jongeren te signaleren, preventief om te praten of achteraf te deradicaliseren. Geef dit als hulpverlening dan ook toe. Doe niet alsof het iets is wat vooral vanuit eigen gemeenschappen opgelost dient te worden, of dat de signalen nog niet ver genoeg zijn om in te grijpen, als je zelf nog niet weet op welke signalen je überhaupt dient te letten.

Voor radeloze ouders werkt het niet bevorderend als pas na vertrek van hun zoon richting het Oosten, justitie gretig op zoek gaat naar informatie. Nota bene bij de ouders die eerder op diezelfde gretigheid verzochten, maar dan in preventieve sfeer. Is het dan vreemd dat ouders nadat hun jongeren zijn afgereisd moeite hebben met het verstrekken van informatie die uiteindelijk zal leiden tot hechtenis en criminalisering van hun zoon bij terugkomst? Een duivels dilemma dat invoelbaar is voor elke ouder.

De pijnlijke casus van vader Farid leert ons dat wij ons oude adagium van de falende onwelwillende allochtone opvoeder dienen te herzien. Vooral wanneer het radicaliserende jongeren betreft. Ouders terugwerpen op eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en zelfsturend vermogen met een vleugje ‘beter je best doen’ is niet toereikend. Zeker niet als je daarmee de eigen gebrekkige kennis van over radicalisering probeert te verbergen. Samen erkennen dat het voor beide kanten moeilijk is zal een basis vormen om samen in gelijkwaardigheid, en als bondgenoten te zoeken naar mogelijkheden om onze jongeren te behoeden van gewelddadige ideologieën. Want deze ouders zijn nu eens niet die lastige, onbegrepen opvoeders, maar onze grootste bondgenoten in de strijd tegen radicalisering.